Posts tonen met het label taalontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taalontwikkeling. Alle posts tonen

woensdag 9 november 2011

Meelezen versus voorlezen

Effect van meelezen op sociaal-emotionele ontwikkeling
Kleuters kunnen complexe emoties zoals verlegenheid en jaloezie beter begrijpen als de volwassene zich meer opstelt als meelezer in plaats van voorlezer. Een gelijkwaardig gesprek over een (prenten)boek met kleuters heeft meer effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit blijkt uit onderzoek van Aletta Kwant.

Taalontwikkeling
Op 10 november promoveert Kwant met haar resultaten aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Dat prentenboeken een positief effect hebben op de taalontwikkeling van kleuters was al langer bekend, maar nog niet eerder werd het effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling aangetoond.

Uitlokkingsstrategie
Wat vaak gebeurt tijdens het voorlezen, is dat de lezer vragen stelt over het verhaal aan de kinderen, ook wel de uitlokkingsstrategie genoemd. ‘Door zelf lezersreacties te geven plaatst de volwassende zich als medelezer naast de kinderen, wat een gelijkwaardiger gesprek oplevert,' verduidelijkt Kwant. 'De lezersreacties van de volwassene vormen hierbij de eerste aanzet tot een gesprek. Daarna helpen gespreksstimulerende aanwijzingen zoals vervolgvragen de volwassene verder om in gesprek te gaan met de kinderen.'

Complexe emoties versus basisemoties
Voor het onderzoek heeft een panel van experts eerst criteria ontwikkeld waarmee prentenboeken geselecteerd konden worden. Daarna analyseerde Kwant de inhoud van de boeken. Meelezen helpt vooral om complexe emoties te begijpen zoals verlegen, jaloers en schuldig. Basisemoties zoals bang, blij, boos en verdrietig worden ook beter begrepen wanneer de volwassene meelas in plaats van voorlas. Maar deze verschillen waren veel minder groot dan bij complexe emoties. Voor het onderzoek onderzocht Kwant 20 kleutergroepen op 19 verschillende basisscholen. De helft van de groepen volgde het reguliere programma; de andere helft kreeg het speciale voorleesprogramma aangeboden.   

Bronnen: www.kinderopvangtotaal.nl, www.rug.nl

woensdag 5 oktober 2011

Pm'er bepaalt succes VVE-programma


De manier van lesgeven en de professionaliteit van de leerkracht of leidster zijn bepalend voor het succes van voor- en vroegschoolse educatieprogramma's (VVE). Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Het onderzoek volgde 160 kinderen op voorscholen, vroegscholen en peuterspeelzalen in Utrecht.

Professionaliteit

De door de leidster of leerkracht begeleide ontwikkelingsstimulerende activiteiten in grote en kleine groepjes, bleken een positief effect te hebben op de ontwikkeling van de taalvaardigheid en de ontluikende lees- en rekenvaardigheid van kinderen met een risico op (taal)achterstanden. Opvallend hierbij is dat niet het werken met een erkend VVE-programma tot positieve resultaten leidt: de professionaliteit van de leidsters en leerkrachten is juist bepalend. Zij moeten goed zijn in het uitvoeren van ontwikkelingsstimulerende activiteiten en in de begeleiding van het spel van kinderen.

Goede mix

De onderzoekers stellen dat er in kleutergroepen waar kinderen met en zonder een risico op (taal)achterstanden samen een groep vormen, een positief effect te zien is. “Kinderen met een risico op (taal)achterstanden gaan in dit soort kleutergroepen sneller vooruit in de taal-, lees- en rekenvaardigheid dan kinderen in niet-gemengde kleutergroepen.” Bij peutergroepen is er op het gebied van rekenvaardigheid ook een positief effect gevonden van menging. Maar wat de taalvaardigheid en de ontluikende leesvaardigheid betreft, is er bij deze groep geen positief effect van menging waargenomen. Een mogelijke verklaring volgend De Haan: “Kleuters spelen en werken meer samen en praten daardoor meer met elkaar dan peuters; daardoor is het effect van menging bij kleuters mogelijk groter.”

VVE-programma

Een VVE-programma is een allesomvattend en erkend educatieprogramma waarbij de ontwikkeling van kinderen met een risico op (taal)achterstanden al vóór de basisschoolleeftijd zo veel mogelijk gestimuleerd wordt. Een afwisseling van begeleide ontwikkelingsstimulerende activiteiten in grote en kleine groepjes is kenmerkend voor een goed geïmplementeerd VVE-programma. In het onderzoek is geen effect gevonden van de implementatie van het VVE-programma. “Dit is vermoedelijk te verklaren door de uitvoering van het programma”, zo stelt De Haan. “De uitvoering was ten tijde van het onderzoek niet optimaal. Er was veel verlies aan effectieve leertijd, er waren te veel grote- in plaats van kleine-kring-activiteiten en te weinig begeleide activiteiten met een rijk taalaanbod.”

Aanbevelingen

Volgens Jeroen Kreijkamp, wethouder Onderwijs, helpt dit onderzoek de gemeente enorm verder. “Utrecht experimenteert en leert. Dit onderzoek bewijst dat als kinderen van laagopgeleide ouders samen in een groep zitten met kinderen van hoogopgeleide ouders, ze meer leren. Hiermee willen we dus doorgaan en per wijk kijken we hoe we een goede mix kunnen maken. Uit het onderzoek blijkt nogmaals dat de kwaliteit van de voor- en vroegschool valt of staat met de kwaliteit van de leidster en leerkracht. Samen met de partners van de Utrechtse Onderwijs Agenda investeren we extra in de professionaliteit van leidsters en leerkrachten. En de aanbeveling van het onderzoek om meer ontwikkelingsstimulerende activiteiten in kleine groepjes te begeleiden, is al opgepakt in het Utrechtse veld.”
Bron: Universiteit Utrecht; Volkskrant, 5 oktober

woensdag 25 mei 2011

Peuteronderwijs

Een landelijke proef waarbij peuters vanaf tweeënhalf jaar met een leerachterstand zich kunnen ontwikkelen op een basisschool, begint komende zomer. Doel van de proef is de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig en spelenderwijs te verbeteren. Zo kunnen deze 'startgroepkinderen' alsnog een vliegende start maken op het moment dat ze 'echt' naar de basisschool gaan.
De pilots voor peuteronderwijs zullen plaatsvinden op de groep op het kinderdagverblijf / de peuterspeelzaal. Minister Van Bijsterveldt van Onderwijs vindt het slepen van peuters van school naar de opvang en weer terug niet wenselijk. Dit zegt zij in haar beantwoording op een brief van kinderopvangorganisatie MIK uit Maastricht.
Het project peuteronderwijs dat op 30 pilotlocaties van start gaat, valt onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Dat betekent dat de kinderopvang het project faciliteert, maar niet de inhoudelijke verantwoording draagt. Voor de pilots wordt naast een beroepskracht voorschoolse educatie (mbo-3 niveau) een begeleider voorschoolse educatie aan het team toegevoegd die hbo-geschoold is en de bevoegdheid heeft om als leerkracht te functioneren. Kinderopvangorganisatie MIK had per brief zorgen geuit over de pilot voor peuters. Ze vroeg zich af of het peuteronderwijs de huidige samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs niet teveel doorkruist. Volgens minister Van Bijsterveldt bouwt de pilot juist voort op een gezamenlijke visie van kinderopvangorganisaties, peuterspeelzalen en scholen.
De effecten van de startgroepen voor peuters zullen worden onderzocht en worden afgezet tegen de resultaten van peuters die een vve-programma volgen op het kinderdagverblijf/de peuterspeelzaal die niet aan de pilot meedoen. Er is per jaar 2 miljoen euro beschikbaar om aan deze pilot te werken. Alleen schoolbesturen kunnen een aanvraag indienen om aan de pilot mee te doen. In totaal gaan er 30 pilots van start. Drie van de pilots vinden in ieder geval plaats in de krimpregio's waaronder Parkstad Limburg. In de startgroep worden minimaal vijf dagdelen van 2,5 uur per week, of 12,5 uur per week voorschoolse educatie aangeboden.

maandag 14 februari 2011

Liefde is...

Met Valentijn voor de deur was ik eens benieuwd naar wat onze kids eigenlijk onder liefde verstaan...


zaterdag 16 oktober 2010

Berlijntip: verteltassen

Idee
De verteltasjes zijn kleine, aantrekkelijk vormgegeven tasjes die op de groep aan een kapstok of haakje hangen. In die tasjes zitten een aantal voorwerpen die betrekking hebben tot een bepaald onderwerp. Naar aanleiding van de voorwerpen kan een verhaal verteld of een gesprek gevoerd worden, een spel gespeeld of een liedje gezongen worden. Het idee van de verteltas is niet nieuw maar wordt nog lang niet overal toegepast.



“De verteltas komt oorspronkelijk uit Groot-Brittannië en werd ontwikkeld door onderwijzer Neil Griffiths. Het leek hem leuk en nuttig om ouders meer bij de school te betrekken en tegelijkertijd de taalontwikkeling van leerlingen een impuls te geven. Hij nodigde daarom ouders uit  om ‘story sacks’ te komen maken: stoffen tassen met daarin een prentenboek en andere materialen die bij het verhaal in het boek aansluiten. De tassen konden in de klas worden gebruikt maar leerlingen mochten ze ook lenen.”

Toepassen
Dit idee is zo over te nemen. Het stimuleert de taal en fantasie van de kinderen en ze leren over een specifiek thema. Het grappige is dat aan de hand van hetzelfde tasje steeds weer andere verhalen ontstaan. De kinderen kunnen zelf ook relevante dingen in het tasje doen. De ouderbetrokkenheid kan vergroot worden door de tasjes uit te lenen. Wellicht zijn er ouders die het leuk vinden om zelf een verteltas te maken voor jouw centrum. Het is ook leuk om een praktische ouderavond te organiseren rondom de verteltassen en er samen mee aan de slag te gaan. Je kunt een tas op de groep gebruiken om een thema te introduceren of in specifieke situaties voor een bepaald kind gebruiken (bijvoorbeeld de geboorte van een broertje of zusje). Het is tevens een zeer geschikte methodiek om toe te passen in VVE-programma’s.

Wat heb je nodig?
Tasjes, kleine voorwerpen omtrent het thema, haakje of kapstok om de tasjes op te hangen.

Voorbeeld
Kindercentrum Bunderbos maakt al gebruik van de verteltasjes. Ze zijn ontwikkeld door pedagogiekstudenten van de Haagse Hogeschool. In de tasjes zitten materialen rondom het thema zoals spelletjes, een knuffel of handpop, een boekje en attributen die in het boekje voorkomen. Ook zit er een cd in met liedjes rondom het thema, een ingesproken versie van het boekje en een handleiding voor ouders. Ouders kunnen het tasje lenen om thuis de taalontwikkeling van hun kind te stimuleren. Tegelijkertijd vergroten ze het vertel- en voorleesplezier.

Meer info
Nederlands kenniscentrum verteltassen (onderwijs): www.verteltas.nl

vrijdag 8 oktober 2010

Kinderproza in het park

In de zomervakantie hebben de BSO-kids onder andere een bezoek gebracht aan het Kasteelpark in Born. Die dag was ook Ellen van Liebergen in het park, zij schrijft proza voor kinderen. Samen met vijf van onze kleuters schreef zij onderstaand gedicht. Uiteindelijk was Ellen zo trots op de kleuters dat ze besloot het gedicht te publiceren op haar website. Ook ik ben apetrots op de ukken, vooral omdat het verhaal me doet denken aan het werk van een van mijn favoriete schrijvers: Toon Tellegen.

Lena, Gijs, Stijn, Tom en Emma  (groep 1 en 2) gingen samen met mij (Ellen) aan de slag om een mooi dierengedicht te maken. En wat waren ze goed! En enthousiast. Zo enthousiast dat het gedicht zomaar opeens een verhaal werd... Lees maar!
 Piet de Parkiet


Piet slaapt heerlijk in zijn bed
en had daar heel veel pret
want hij droomde dat hij in een achtbaan zat
en daarna een lekker zakje patat at!


Toen werd hij wakker en ging hij eruit
"Ik ben zo vrolijk, dat ik er van fluit!"
Hij vloog een eindje door de lucht,
't werd een prachtige vlucht


zei met een diepe zucht
"Ik wil echt naar de achtbaan
en me helemaal laten gaan!"
Hij pakte zijn jas,
pakte zijn tas


Liep naar zijn auto en wilde starten, toen hij erachter kwam dat hij zijn sleutel was vergeten. Snel vloog hij naar Olifant. 
"Weet jij waar de kermis is, Olifant?" vroeg Piet de Parkiet.
"Ik breng je wel even," zei Olifant. Hij wilde zijn vleugels uitslaan, maar.... Olifant had helemaal geen vleugels! "Kom," zei Piet. We lopen samen naar de kermis. Ze gingen in de achtbaan en hadden veel plezier. "Mijn droom is uitkomen!" zei Piet de Parkiet heel blij.

 

donderdag 10 juni 2010

Das Sprachlerntagebuch


 

Het Sprachlerntagebuch is een middel om de voortgang van de taalontwikkeling van kinderen te documenteren. Het boek is in 2004 ontwikkeld en sinds 2006 hebben ruim honderdduizend kinderen in de Berlijnse kinderdagverblijven er één. Het Sprachlerntagebuch biedt een leidraad voor observaties en de taalontwikkeling wordt er overzichtelijk in vastgelegd. Het boek richt zich op taal, spraak, communicatie en beginnende geletterdheid. De inhoud en opbouw sluiten aan bij het Berliner Bildungsprogramm.


Het Sprachlerntagebuch wordt gedurende de hele periode waarin het kind het kinderdagverblijf bezoekt bijgehouden. Niet alleen de ontwikkeling van het kind wordt zichtbaar, ook geeft het boek inzicht in het werk van de PM'ers. Daarnaast kunnen de docenten na het bestuderen van de boeken goed aansluiten op het ontwikkelingsniveau van het kind dat net naar school gaat. Het berliner Bildungsprogramm schrijft het creëren van een 'Bildungsbiografie' voor, een soort ontwikkelingsportfolio voor ieder kind. Het Sprachlerntagebuch is hier een onderdeel van.

Het kind levert zelf een belangrijke bijdrage aan het Sprachlerntagebuch. Er worden 'documenten' toegevoegd die iets laten zien van de spreekvaardigheid en communicatievaardigheden van het kind. 




Het boek bestaat uit vier onderdelen: 
  • Vragen om het kind (en zijn familie) beter te leren kennen
  • 'Das bin Ich' - hier kan het kind zichzelf en zijn familie voorstellen
  • Jaarlijks Bildungsinterview met kinderen vanaf 3 jaar (het kind in zijn wereld, het kind in het kinderdagverblijf, een ontwikkelingsoverzicht)
  • 'Lerndokumentation' (wat kan een kind al en waarin moet het ondersteund worden of extra aandacht krijgen?)

maandag 7 juni 2010

Be smart academy (2)

"Smart people have it easier in life - be smart!"
Dit is een boodschap die in het hele gebouw wordt omarmd en uitgedragen. De Britse directrice Rose Thornton staat pal achter het strikte, ambitieuze beleid. Vol trots vertelt ze ons over de be smart academy en beantwoordt ze onze vragen.

Waarom een tweetalige opvang?
"We werken aan een vroeg-linguistische ontwikkeling voor kinderen in een maatschappij waarin verschillende talen gesproken worden. Ons tweetalige dagprogramma sluit goed aan op de behoeften van de ouders die belang hechten aan educatie en banen hebben met een internationaal karakter. Kinderen worden voorbereid op de overgang naar een tweetalige basisschool of een Engelstalige internationale school. De kinderen ontwikkelen bovendien begrip van en respect voor andere culturen. Taal zien we als middel om doelen te bereiken."

Hoe ziet tweetalige opvang en educatie eruit?
"Op elke groep werkt één Engelse en één Duitse medewerker. Zij besteden allebei evenveel tijd met de kinderen. De Engelse medewerker spreekt alleen maar Engels en de Duitse alleen Duits. Wanneer het kind de Engelse medewerker in het Duits aanspreekt, zal het een Engels antwoord krijgen. Zo ontwikkelen de kinderen een taal-specifieke relatie met hun onderwijzers. Voor alle kinderen is een speciaal 'behoeftenplan' met betrekking tot taalvaardigheid opgesteld zodat ieder kind de optimale ondersteuning krijgt. Ook wordt voor ieder kind een taalontwikkelingsdagboek bijgehouden."

Voor welke kinderen is de be smart academy het meest geschikt?
 "Voor ouders en kinderen met een leergierige houding, met vertrouwen in zichzelf en anderen en met interesse voor internationale educatie. Vanzelfsprekend is de be smart academy zeer geschikt voor kinderen met een tweetalige achtergrond, er zijn hier zelfs kinderen die wel drie of vier talen spreken. We zijn er ook voor Duitse kinderen waarbij in de opvoeding de ontwikkeling van een internationaal georiënteerde en liberale houding gewenst zijn. En dan zijn er natuurlijk nog ouders die het gewoon leuk vinden als hun kinderen leren over verschillende culturen."

Welke educatieve doelen worden nagestreefd?
"Ten eerste zelfbewustzijn en autonomie. Zelfvertrouwen en sociale vaardigheden worden geleerd in interactie met anderen. Kinderen leren gevoelens bij zichzelf en anderen te herkennen en om te gaan met verantwoordelijkheden en problemen. Dit gebeurt in kleine, veilige groepjes en in een gestructureerde omgeving. Kinderen kunnen er zo achter komen wat hun sterke en minder sterke kwaliteiten zijn. We stimuleren hen open te staan voor nieuwe ervaringen en eigen meningen te vormen. Dan is er de taalvaardigheid. We willen de natuurlijke drang om taal te ontdekken en ermee te experimenteren stimuleren. Opgroeien in een tweetalige omgeving helpt het kind in zijn cognitieve ontwikkeling en de ontwikkeling van perceptie en waardering van culturele diversiteit. Denk bij praktische taalvaardigheden aan verbale communicatie, luistervaardigheid, tekstbegrip, ontwikkeling van creativiteit en verbeeldingskracht, werken met verschillende schrijfmaterialen en -technieken. Een ander doel is leren leren. Kinderen zoeken zelf antwoorden op vragen, ontwikkelen eigen ideeën, leren logisch redeneren en maken gebruik van hun talenten. In samenwerking met anderen leren ze bijvoorbeeld open te staan voor andermans ideeën en hiervan te leren, onderhandelen, besluiten nemen en reflecteren op gedrag. Leergierigheid en nieuwsgierigheid worden steeds gestimuleerd. Als laatste wil ik sociale vaardigheden noemen. De kinderen worden zich bewust van verwachtingen, behoeften en gevoelens van anderen, ontwikkelen empathisch vermogen, leren om te gaan met verschillen, oefenen met democratische besluitvorming en worden begeleid in hun morele ontwikkeling."

Is er naast dit overweldigende educatieve programma ook nog ruimte voor vrij spel?
"Daar is binnen de dagstructuur zeker ruimte voor! Er zijn elke dag zeker twee momenten vrij geroosterd waarin de kinderen gewoon kunnen spelen. Dit kan binnen in de activiteitenruimten maar er is ook een prachtig vormgegeven buitenruimte." 



Be smart academy (1)

Na een korte voorbereidingsbijeenkomst in het SFBB gingen we op werkbezoek bij de be smart academy in het hart van de stad. Dit is een tweetalige Kita (Duits-Engels) die opgericht is door twee moeders.

Kinderen zijn op jonge leeftijd het best in staat om taalvaardigheden te leren. Het leren van een tweede (wereld)taal bereidt kinderen voor op het schoolse leven dat ze straks gaan leiden en geeft kinderen een belangrijke sleutel tot internationale communicatie. De 'pre-school' heeft een tweeledige missie:

  • een schoolvoorbereidende missie; de leergierigheid van kinderen voeden, hen leren zich te concentreren op een taak,
  • een maatschappelijke missie; door aan de internationale standaarden te voldoen, krijgen kinderen meer kansen om hun potentie optimaal te benutten en ontwikkelen.
Op de be smart academy zitten kinderen van 3 tot 6 jaar. Er zijn vijf groepen en op elke groep werken twee 'educators'. Eén van hen spreekt Engels, de ander spreekt Duits. De 'schoolse' activiteiten vinden plaats tussen 9:00u en 10:30u en tussen 14:00u en 15:30u. De verschillende leergebieden zijn kunst en handvaardigheid, sport, drama en muziek, ABC/123 (taal en rekenen) en (natuur)wetenschap. De inhoud van de lessen is afhankelijk van een thema dat regelmatig wisselt.

   
Links: in de be smart academy wordt gewerkt met het taalontwikkelingsprogramma 'Schlaumäuse'
Midden: de mandjes van de kinderen met daarboven de vlaggen van de landen waarvan ze de taal beheersen
Rechts: kinderen tekenen het postproces

Picasso-Gruppe (kunst en handvaardigheid): kinderen leren de wereld om zich heen kennen en begrijpen door te observeren, (zintuiglijk) verkennen en door creatief te zijn. Kinderen leren dat ze hierdoor dingen ontdekken en door hun ontdekkingen soms verbaasd raken. Dit laatste roept weer nieuwsgierigheid op om verder te verkennen. Door creatieve activiteiten wordt zowel het cognitieve als magische denken gestimuleerd. Kinderen verwerken de realiteit maar ook fantasie door creatief bezig te zijn. Ook leren ze observeren en verbeelden. Daarnaast zijn taken als herkennen en benoemen van kleuren, vormen en materialen en concentreren belangrijk. Artistieke vaardigheden die de kinderen hier aangeleerd krijgen zijn bijvoorbeeld: schilderen, tekenen, boetseren, collages maken, werken met natuurlijke materialen, werken met textiel, verkennen van kunst in boeken en bezoeken van galerieën, mozaïeken, fotograferen.
Beethoven-Gruppe (drama en muziek): muziek wordt gezien als levensbehoefte. Kinderen horen muziek niet als een losstaande kunstvorm te zien, maar als deel van het leven. De gedachte hierachter is dat bijna alles in het leven op een bepaalde manier met muziek of muzikale expressie gelinkt kan worden. Denk aan emotionele expressie, lichaamsbeweging, communicatie, religie, spel, etc. Voor veel kinderen is muziek een bron van gevoel en door muzikale expressie kan het kind een positief zelfbeeld, intelligentie en een gevoel van innerlijke balans verwerven. Hier leren de kinderen noten lezen, eenvoudige vormen van muzikale expressie, het bespelen van instrumenten, het maken van simpele instrumenten en experimenteren met geluiden en stilte. 

Einstein-Gruppe (ABC-123): je weg vinden in ruimte en tijd, dat is een ingewikkelde opgave dus moeten kinderen zich leren te oriënteren. Wegen, meten, schatten, vergelijken en ordenen zijn wiskundige vaardigheden die aan de orde komen. Ook de wereld van getallen gaat hier voor de kinderen open. Er wordt een begin gemaakt aan het abstract denken. Naast cijfers spelen in deze groep ook letters een belangrijke rol. Kinderen leren zowel de Duitse als de Engelse taal en elke taal wordt in gelijke hoeveelheid aangeboden. Woorden worden aangeboden met plaatjes. Ze leren niet alleen het alfabet maar leren over schriften uit andere culturen, leren omgaan met informatiebronnen, krijgen te maken met taal in de vorm van literatuur en kunst, leren omgaan met allerlei schrijfmaterialen (inclusief de computer). 

Darwin-Gruppe (natuur en wetenschap): de natuur wordt door de kinderen met alle zintuigen ervaren. De kinderen worden gestimuleerd zich bewust te worden van deze ervaringen en er vragen over te stellen. Later kan hierop worden voortgeborduurd naar diverse natuurkundige onderwerpen. Contact met dieren en planten en het leren geven om 'levende dingen' is een belangrijke taak. Kinderen zorgen voor kleine huisdieren zoals konijnen en schildpadden en leren in de tuin de namen van allerlei planten. Ook in deze groep staat verkennen en experimenteren centraal. Er is aandacht voor de perceptie van natuurlijke fenomenen en chemische processen, de elementen, ecologie en milieu, het gebruik van verschillende materialen en de herkomst ervan en het trekken van vergelijkingen tussen natuur en techniek.

Links: trommels (Beethoven-Gruppe)
Midden: veiligheidsbrillen (Darwin-Gruppe)
Rechts: balletkelder (Olympia-Gruppe/Beethoven-Gruppe)

 Olympia-Gruppe (sport en beweging): basisoriëntatie in de ruimte, kennis van mogelijkheden en grenzen van het lichaam, fysieke consequenties van fysiek gedrag, bewustwording van omgeving door fysieke gewaarwordingen. Kinderen maken kennis met atletische sporten, balsporten en de nadruk ligt steeds op spel en plezier. Ze oefenen hun reactievermogen, conditie, werken in teamverband en snelheid. Ze leren ook goed voor hun lichaam te zorgen en gezond te eten.

    


Dingen die me opvielen:
  • De dag verloopt heel gestructureerd.
  • De opzet is heel schools, kinderen komen om te leren, eigenlijk is het een soort kleuterschool waarin ook aspecten van kinderdagopvang terug komen.
  • De kinderen worden voorbereid op een plaats en functie in de maatschappij.
  • Er is veel aandacht voor taalontwikkeling (Duits en Engels in gelijke mate).
  • De originele cultuur van ieder kind wordt gerespecteerd, er is veel aandacht voor etnische, religieuze en culturele diversiteit, ze proberen mee te doen aan belangrijke feestdagen uit alle aanwezige culturen.
  • Ieder kind is uniek en leert in zijn eigen tempo, het kind krijgt hier individuele supervisie bij.
  • Er wordt gewerkt naar het Berliner Bildungsprogramm, documentatie vindt plaats in het Sprachlerntagebuch.
  • Kleine kinderen mogen wel slapen (op matrasjes op de grond) maar liever niet omdat ze dan veel van het programma missen.





woensdag 23 januari 2008

Jochem Meyer leest voor

In het kader van het voorleesontbijt tijdens de nationale voorleesdagen komt Jochem Meyer naar de Kersentuin in Leiden. Hij kruipt met zijn boek tussen de kindertjes en vertelt het verhaal van kleine muis zoekt een huis. De kinderen vinden het hartstikke leuk want Jochem is beroepsgrapjas en hij kan nog mooi vertellen ook!

 

(Foto's door Carolina d'Andrea)