Posts tonen met het label kdv. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kdv. Alle posts tonen

donderdag 12 mei 2011

Moeder- en Vaderdagstress?


Moeder- en Vaderdag. Roepen die woorden bij jou ook enige spanning op? Wat zullen we dit jaar eens maken met de kinderen? Hoe krijgen we binnen korte tijd het productiewerk rond? Hoe krijgen we de kinderen die niet willen zo ver dat ze ook iets in elkaar fröbelen? Wat doen we met speciale verzoeken van ouders (willen jullie ook iets voor de stiefmama maken, willen jullie het een week eerder meegeven want we gaan op vakantie)?

Dicky Pronk (directeur van Radius) kwam afgelopen woensdag met een goede, bruikbare tip. Maak voor elk kind een map of doos en verzamel hier door het jaar heen allerlei werkjes in. Als het bijna moeder- of Vaderdag is, leg je aan het kind uit dat het gebruikelijk is om mama of papa op die dag een cadeautje te geven. Ze mogen dan zelf iets uit hun collectie kiezen om in te pakken en cadeau te doen.

De volgende vraag was: hoe doe je dit met baby’s? Die kunnen nog niet knutselen en tekenen. Wel, daar hebben we de camera voor. Welke ouder is er nu niet blij met een portret van het eigen kind? Een sprekende blik, een activiteit waar de baby plezier in heeft, een lekkere kliederfoto tijdens het eten… Deze foto’s kun je ook gewoon door het jaar heen maken zodat je niet op het allerlaatste moment aan de slag hoeft.

Voor iedereen die het even helemaal heeft gehad met obsessief macaroni-rijgen, hoge snelheidsorigami en ander lopende bandwerk is dit een geweldig, stressvrij alternatief.

woensdag 16 februari 2011

Zand in de binnenruimte

Spelen met zand; de meeste kinderen vinden het heerlijk. Op veel kindercentra is dit een echte buiten-activiteit waardoor er in de winter niet of nauwelijks met zand gespeeld wordt. Nu bestaan er natuurlijk wel zandtafels, maar veel pm'ers zijn toch wat huiverig voor zand in de binnenruimte. Dat geeft zo'n rommel. Ik zeg: zet je daar maar snel overheen! Ons werk staat in het belang van het kind, niet in ons eigen belang en vegen moet je toch wel.

In Berlijn zag ik in bijna elk kinderdagverblijf minstens één mini-zandbak in de binnenruimte. Het waren geen grote gevaartes (dus makkelijk op te bergen) en er zat ook niet veel zand in (dus weinig rommel) maar zorgde bij de kinderen toch voor veel speelplezier. Er lagen allerlei voorwerpen waarmee in het zand gespeeld kon worden zoals bezempjes en kammen, stokjes en schelpen, stenen, houten zandstempels en bonen waarmee de kinderen lijnen en figuren konden neerleggen. Zand is ontzettend veelzijdig materiaal. Je kunt het zeven, nat maken, erin tekenen, ermee bouwen, het ergens in doen of uit gieten, door je vingers laten glijden, et cetera. Zo bied je de kinderen op een eenvoudige manier een leuke maar ook ontwikkelingsgerichte activiteit.

 

Dit idee sloeg meteen aan bij een leidster van een kinderdagverblijf in Maastricht. Zij zorgde op haar locatie voor een aantal mini-zandbakken waardoor de kinderen ook bij slecht weer lekker met zand kunnen spelen. Zie hier het resultaat:

zondag 24 oktober 2010

Herfstmobile

Doe eens wat anders met een dennenappel. Rapen is leuk, ze staan mooi op de herfsttafel en in het haardvuur ruiken ze lekker. Maar je kunt er ook creatief mee aan de slag. De jongste BSO-kids beschilderden de dennenappels in hun favoriete kleuren en maakten er een mobile van.

vrijdag 22 oktober 2010

Joepie, het regent!

Lekker Hollands klagen over het weer
Het is herfst en dat betekent dat het bij tijd en wijlen pijpenstelen regent. Deze weersomstandigheid, vaak vergezeld door wind en kou, nodigt doorgaans niet onmiddellijk uit tot buiten spelen. Eerder tot klagen en mopperen. Voor sommige kinderen is het een perfect excuus om zich achter een computer te installeren. Andere kinderen moeten hun fysieke energie na een lange schooldag kwijt en zorgen ervoor dat er ook binnen een onstuimig klimaat heerst. Terwijl we de kinderen achter het beeldscherm aansporen om eens iets te doen waar geen beeldschermen en controllers aan te pas komen, proberen we de luidruchtige wildebrassen tot kalmte te manen. Dit blijkt keer op keer makkelijker gezegd dan gedaan.

“Waarom gaan we niet naar buiten?” vraagt één van de stuiterende kinderen.

Ja, waarom eigenlijk niet? Wij, zowel de kinderen als de pedagogisch medewerkers, bezitten een breed smoezenscala. Het is koud. De speeltoestellen zijn nat. Ik heb geen waterdichte jas bij me. Mama wil niet dat mijn kleren vies worden. Als het regent mag ik alleen met laarzen naar buiten. Ik heb een loopneus. We krijgen de kinderen toch niet naar buiten met dit weer. De juf wil niet met ons naar buiten met dit weer. Regen is stom. Enzovoort. Sterke argumenten?

Ik denk terug aan de Waldhort (de BSO zonder muren en plafond) die ik in Berlijn heb bezocht. Weer of geen weer, de kinderen spelen er buiten en presteren het om zich in elk weertype te vermaken. De pedagogisch medewerkers hanteren daar het motto: slecht weer bestaat niet, slechte kleding wel. Ze zijn op alles voorbereid. Ik herinner me de artikelen van Richard Louv over ‘scharrelkinderen’. Ook ons eigen pedagogisch beleid, waarin het belang van buiten spelen wordt genoemd, flitst even voorbij in mijn gedachten.

Maar wat gaan we dan doen?
Slecht weer heeft veel meer te bieden dan je aanvankelijk zou denken. Je kunt er zelfs van leren! Probeer maar eens je evenwicht te bewaren als het hard waait, of een bal over te gooien. Kun jij een druppel vangen op je tong? Over een plas springen? Heb je wel eens een regenmeter gemaakt? Kun je je nog herinneren hoe mooi het eruit ziet als je handen vol gekleurde herfstbladeren omhoog gooit en in de wind laat dwarrelen? En kun je ze weer vangen? Je kunt in de wind van alles laten wapperen, zoals linten of gekleurde stroken crêpepapier, ballonnen aan een touwtje, een vlieger. Waarom zou je alleen in de zomer waterballonnen gebruiken? Met een regenpak en laarzen aan is het tijdens een plensbui ook heel leuk. Wat dacht je van een paraplu-estafette? Of schuilen in een zelfgetimmerde hut terwijl de regen op het dak tikt en de geur van natte aarde en gras je reukzin prikkelt. Kinderen vinden ‘blubber’ vaak machtig interessant, met stokken kun je daar lekker in roeren. Voeg voor de grap eens wat zeepsop toe. En stamp eens met z’n allen heel hard op de grond, komen de regenwormen al naar boven?

 

Nog meer spelletjes voor in de regen:
-         Droog overlopen:
Dit is een estafettespel. De spelers van een ploeg staan onder een afdakje of ergens anders op een rij in het droge. Ze moeten zo vlug mogelijk naar de overkant op de volgende manier : speler 1 heeft een paraplu en neemt speler 2 bij de hand. Samen lopen ze naar de overkant. Daar blijft speler 1 staan, terwijl speler 2 met de paraplu terugloopt om speler 3 te gaan halen. Speler 3 haalt dan speler 4 op, enz... tot de laatste twee overgelopen zijn.
-         Twee is te weinig, drie is teveel:
De spelers staan per twee onder een paraplu, verspreid over het terrein. Twee paraplu-loze spelers zijn tikker en prooi die achter elkaar aanzitten. Als de prooi echter rechts onder een paraplu gaat staan, wordt de meest linkse speler onder die paraplu de prooi, die dan verder achtervolgd wordt en zijn toevlucht moet zoeken onder een andere paraplu. Als de prooi aangetikt wordt, worden de rollen omgewisseld en wordt de tikker prooi.
-         Wandelen als een rups:
Neem een lang stuk zeil en knip hier in de lengte zoveel gaten in als er kinderen zijn. De kinderen steken elk hun hoofd door een gat en staan met de rest van hun lichaam onder het zeil. Nu kan er relatief droog gewandeld worden, als een rups, dus wel in de maat blijven stappen.

En waar is dat goed voor?
Buitenspelen bevordert de weerstand, helpt bij het opbouwen van conditie, biedt allerlei zintuiglijke ervaringen, bevordert de motorische ontwikkeling, stimuleert eigen initiatief, biedt frisse lucht, daagt uit de natuur te verkennen, is een manier om energie kwijt te kunnen zonder aan allerlei regels te moeten denken (niet rennen, niet schreeuwen, niet knoeien…). En wat voor het kind het allerbelangrijkst is: buitenspelen is leuk! Ook als het regent.

Tips voor de pm’er:
-          Schaf plastic regenponcho’s aan voor de kinderen. Van vuilniszakken kunnen de kinderen zelf poncho’s maken.
-          Vraag ouders te klein geworden regenlaarzen aan de BSO te doneren.
-          Vraag ouders hun kinderen naar het weer te kleden of geschikte kleding en schoeisel mee te geven.
-          Geef het goede voorbeeld; mopper niet te veel over het slechte weer.
-          Droog je na het buitenspelen goed af en drink met z’n allen thee of warme chocolademelk.

Tot slot zou ik willen pleiten voor regenponcho’s van de zaak. Als elke pedagogisch medewerker een poncho op het werk heeft liggen, wordt de drempel naar buiten ten tijde van slecht weer misschien wat lager. En met een mooi bedrijfslogo op je rug, krijgt de baas er ook nog wat promotie voor terug.

zaterdag 16 oktober 2010

Berlijntip: verteltassen

Idee
De verteltasjes zijn kleine, aantrekkelijk vormgegeven tasjes die op de groep aan een kapstok of haakje hangen. In die tasjes zitten een aantal voorwerpen die betrekking hebben tot een bepaald onderwerp. Naar aanleiding van de voorwerpen kan een verhaal verteld of een gesprek gevoerd worden, een spel gespeeld of een liedje gezongen worden. Het idee van de verteltas is niet nieuw maar wordt nog lang niet overal toegepast.



“De verteltas komt oorspronkelijk uit Groot-Brittannië en werd ontwikkeld door onderwijzer Neil Griffiths. Het leek hem leuk en nuttig om ouders meer bij de school te betrekken en tegelijkertijd de taalontwikkeling van leerlingen een impuls te geven. Hij nodigde daarom ouders uit  om ‘story sacks’ te komen maken: stoffen tassen met daarin een prentenboek en andere materialen die bij het verhaal in het boek aansluiten. De tassen konden in de klas worden gebruikt maar leerlingen mochten ze ook lenen.”

Toepassen
Dit idee is zo over te nemen. Het stimuleert de taal en fantasie van de kinderen en ze leren over een specifiek thema. Het grappige is dat aan de hand van hetzelfde tasje steeds weer andere verhalen ontstaan. De kinderen kunnen zelf ook relevante dingen in het tasje doen. De ouderbetrokkenheid kan vergroot worden door de tasjes uit te lenen. Wellicht zijn er ouders die het leuk vinden om zelf een verteltas te maken voor jouw centrum. Het is ook leuk om een praktische ouderavond te organiseren rondom de verteltassen en er samen mee aan de slag te gaan. Je kunt een tas op de groep gebruiken om een thema te introduceren of in specifieke situaties voor een bepaald kind gebruiken (bijvoorbeeld de geboorte van een broertje of zusje). Het is tevens een zeer geschikte methodiek om toe te passen in VVE-programma’s.

Wat heb je nodig?
Tasjes, kleine voorwerpen omtrent het thema, haakje of kapstok om de tasjes op te hangen.

Voorbeeld
Kindercentrum Bunderbos maakt al gebruik van de verteltasjes. Ze zijn ontwikkeld door pedagogiekstudenten van de Haagse Hogeschool. In de tasjes zitten materialen rondom het thema zoals spelletjes, een knuffel of handpop, een boekje en attributen die in het boekje voorkomen. Ook zit er een cd in met liedjes rondom het thema, een ingesproken versie van het boekje en een handleiding voor ouders. Ouders kunnen het tasje lenen om thuis de taalontwikkeling van hun kind te stimuleren. Tegelijkertijd vergroten ze het vertel- en voorleesplezier.

Meer info
Nederlands kenniscentrum verteltassen (onderwijs): www.verteltas.nl

zondag 3 oktober 2010

Berlijntip: familiewand

Idee
In Berlijn zagen we in bijna alle kindercentra dat er veel aandacht was voor ‘thuis’. Een hele leuke manier om dit zichtbaar te maken vonden we de familiemuur. Op deze plaats hing van ieder kind een stukje ‘thuis’. Voor de jongste kinderen biedt vooral veiligheid en de oudere kinderen vinden het heel leuk om hun materialen te laten zien en dat van andere kinderen te bekijken. Ook de ouders worden hierbij betrokken. Zo zagen we in een INA Kita dat alle ouders een portret van hun eigen kind gemaakt hadden. Ook hadden ouders een pop gemaakt in de gelijkenis van hun kind met een foto van het kind erbij. In veel Kitas hangen fotospiegeltjes waarbij de brede lijsten beplakt waren met foto’s van thuis (papa en mama, huisdieren, de eigen slaapkamer, de lievelingsknuffel, opa en oma, etc). Als het kind in de spiegel kijkt, ziet het zichzelf omringd door vertrouwde personen, dieren en objecten. Nog een geweldig idee vond ik de geplastificeerde kaarten waarop ouders beschreven waar de naam van hun kind vandaan komt. In sommige Kitas hangen fotomapjes aan gekleurde koordjes aan de muur. Ieder kind heeft z’n eigen mapje waar het naar behoefte in kan kijken.

Wat heb je nodig?
Spiegels met een brede rand, gekleurde vellen papier, foto’s, fotomapjes, koord, een plekje aan de wand en het enthousiasme van ouders.