Posts tonen met het label VVE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VVE. Alle posts tonen

woensdag 5 oktober 2011

Pm'er bepaalt succes VVE-programma


De manier van lesgeven en de professionaliteit van de leerkracht of leidster zijn bepalend voor het succes van voor- en vroegschoolse educatieprogramma's (VVE). Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Het onderzoek volgde 160 kinderen op voorscholen, vroegscholen en peuterspeelzalen in Utrecht.

Professionaliteit

De door de leidster of leerkracht begeleide ontwikkelingsstimulerende activiteiten in grote en kleine groepjes, bleken een positief effect te hebben op de ontwikkeling van de taalvaardigheid en de ontluikende lees- en rekenvaardigheid van kinderen met een risico op (taal)achterstanden. Opvallend hierbij is dat niet het werken met een erkend VVE-programma tot positieve resultaten leidt: de professionaliteit van de leidsters en leerkrachten is juist bepalend. Zij moeten goed zijn in het uitvoeren van ontwikkelingsstimulerende activiteiten en in de begeleiding van het spel van kinderen.

Goede mix

De onderzoekers stellen dat er in kleutergroepen waar kinderen met en zonder een risico op (taal)achterstanden samen een groep vormen, een positief effect te zien is. “Kinderen met een risico op (taal)achterstanden gaan in dit soort kleutergroepen sneller vooruit in de taal-, lees- en rekenvaardigheid dan kinderen in niet-gemengde kleutergroepen.” Bij peutergroepen is er op het gebied van rekenvaardigheid ook een positief effect gevonden van menging. Maar wat de taalvaardigheid en de ontluikende leesvaardigheid betreft, is er bij deze groep geen positief effect van menging waargenomen. Een mogelijke verklaring volgend De Haan: “Kleuters spelen en werken meer samen en praten daardoor meer met elkaar dan peuters; daardoor is het effect van menging bij kleuters mogelijk groter.”

VVE-programma

Een VVE-programma is een allesomvattend en erkend educatieprogramma waarbij de ontwikkeling van kinderen met een risico op (taal)achterstanden al vóór de basisschoolleeftijd zo veel mogelijk gestimuleerd wordt. Een afwisseling van begeleide ontwikkelingsstimulerende activiteiten in grote en kleine groepjes is kenmerkend voor een goed geïmplementeerd VVE-programma. In het onderzoek is geen effect gevonden van de implementatie van het VVE-programma. “Dit is vermoedelijk te verklaren door de uitvoering van het programma”, zo stelt De Haan. “De uitvoering was ten tijde van het onderzoek niet optimaal. Er was veel verlies aan effectieve leertijd, er waren te veel grote- in plaats van kleine-kring-activiteiten en te weinig begeleide activiteiten met een rijk taalaanbod.”

Aanbevelingen

Volgens Jeroen Kreijkamp, wethouder Onderwijs, helpt dit onderzoek de gemeente enorm verder. “Utrecht experimenteert en leert. Dit onderzoek bewijst dat als kinderen van laagopgeleide ouders samen in een groep zitten met kinderen van hoogopgeleide ouders, ze meer leren. Hiermee willen we dus doorgaan en per wijk kijken we hoe we een goede mix kunnen maken. Uit het onderzoek blijkt nogmaals dat de kwaliteit van de voor- en vroegschool valt of staat met de kwaliteit van de leidster en leerkracht. Samen met de partners van de Utrechtse Onderwijs Agenda investeren we extra in de professionaliteit van leidsters en leerkrachten. En de aanbeveling van het onderzoek om meer ontwikkelingsstimulerende activiteiten in kleine groepjes te begeleiden, is al opgepakt in het Utrechtse veld.”
Bron: Universiteit Utrecht; Volkskrant, 5 oktober

woensdag 25 mei 2011

Peuteronderwijs

Een landelijke proef waarbij peuters vanaf tweeënhalf jaar met een leerachterstand zich kunnen ontwikkelen op een basisschool, begint komende zomer. Doel van de proef is de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig en spelenderwijs te verbeteren. Zo kunnen deze 'startgroepkinderen' alsnog een vliegende start maken op het moment dat ze 'echt' naar de basisschool gaan.
De pilots voor peuteronderwijs zullen plaatsvinden op de groep op het kinderdagverblijf / de peuterspeelzaal. Minister Van Bijsterveldt van Onderwijs vindt het slepen van peuters van school naar de opvang en weer terug niet wenselijk. Dit zegt zij in haar beantwoording op een brief van kinderopvangorganisatie MIK uit Maastricht.
Het project peuteronderwijs dat op 30 pilotlocaties van start gaat, valt onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Dat betekent dat de kinderopvang het project faciliteert, maar niet de inhoudelijke verantwoording draagt. Voor de pilots wordt naast een beroepskracht voorschoolse educatie (mbo-3 niveau) een begeleider voorschoolse educatie aan het team toegevoegd die hbo-geschoold is en de bevoegdheid heeft om als leerkracht te functioneren. Kinderopvangorganisatie MIK had per brief zorgen geuit over de pilot voor peuters. Ze vroeg zich af of het peuteronderwijs de huidige samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs niet teveel doorkruist. Volgens minister Van Bijsterveldt bouwt de pilot juist voort op een gezamenlijke visie van kinderopvangorganisaties, peuterspeelzalen en scholen.
De effecten van de startgroepen voor peuters zullen worden onderzocht en worden afgezet tegen de resultaten van peuters die een vve-programma volgen op het kinderdagverblijf/de peuterspeelzaal die niet aan de pilot meedoen. Er is per jaar 2 miljoen euro beschikbaar om aan deze pilot te werken. Alleen schoolbesturen kunnen een aanvraag indienen om aan de pilot mee te doen. In totaal gaan er 30 pilots van start. Drie van de pilots vinden in ieder geval plaats in de krimpregio's waaronder Parkstad Limburg. In de startgroep worden minimaal vijf dagdelen van 2,5 uur per week, of 12,5 uur per week voorschoolse educatie aangeboden.