We communiceren wat af met elkaar. Deels bewust maar voor een groot deel ook onbewust. Met je lichaam geef je voortdurend allerlei signalen af, door je houding, je mimiek, de manier waarop je beweegt. En dan heb je nog niet eens je mond open gedaan! Denk eens aan je stem; de intonatie, het volume, stemgeluid. Door je van al deze dingen bewust te worden, kun je ook bewuster communiceren. Dit is een belangrijk inzicht uit de P.O.T. training die ik volg met mijn team. Met behulp van Video Interactie Begeleiding nemen we onze eigen manier van communiceren onder de loep.
Komt er iemand op je vingers kijken
De eerste keer was wel spannend hoor. Er loopt iemand rond op de groep met een camera die precies volgt wat jij en de kinderen doen en hoe de één op de ander reageert. En naderhand ga je de beelden terug kijken. Hoe confronterend zal dat zijn? Viel allemaal reuze mee! Ik had eerlijk gezegd niet eens in de gaten dat de VIB’er er was omdat ze heel onopvallend te werk ging en ik gewoon met mijn werk bezig was. Doordat de kinderen waren voorbereid op de komst van de VIB’er, besteedden zij ook niet al te veel aandacht aan de camera. Al blijven sommige kinderen zoiets natuurlijk machtig interessant vinden.
Een beeld zegt meer dan duizend woorden
Het terugkijken was ontzettend leuk en verhelderend. In de eerste bijeenkomst richtten we ons vooral op de contactinitiatieven van kinderen: hoe wij deze ontvangen, verbaal en non-verbaal, en hoe het kind of de groep hierop reageert. Ook keken we naar hoe kinderen gebruik maken van de ruimte. Hieruit bleek bijvoorbeeld dat er veel behoefte is aan grofmotorische activiteit (vooral onder de jongens tussen 4 en 8 jaar) maar dat er binnen geen mogelijkheid toe wordt geboden. De pm’ers wijzen de kinderen er voortdurend op dat er niet gerend en geschreeuwd mag worden, dat kinderen van elkaar af moeten blijven. Eigenlijk proberen ze hiermee een belangrijke behoefte te onderdrukken of om het nog wat dramatischer te stellen: een ontwikkelingstaak van een kind te belemmeren. In een sector waarin het kind centraal staat, kan dat natuurlijk niet de bedoeling zijn.
Hier kunnen we iets mee!
Het leuke aan de training is dat het zo naadloos aansluit op de praktijk en dat je meteen met nieuwe inzichten aan de slag kunt. Met behulp van de pedagogische doelen, de ontwikkelingsgebieden uit het spinmodel en de communicatiecirkel kun je bovendien elke stap verantwoorden. Doordat de nadruk bij het terugkijken ligt op succesvolle interactie-momenten leer je deze herkennen en uitbouwen. Het is fijn dat de VIB’er ervan uitgaat dat de pm’er al over veel kennis en vaardigheden beschikt. We hoeven in principe weinig nieuws te leren en geen dikke boeken te bestuderen, maar leren door kijken en luisteren hoe we meer en beter gebruik kunnen maken van wat we al weten en kunnen. En wat ook niet onbelangrijk is: het hoeft niet tot grote, ingrijpende veranderingen te leiden. Kleine aanpassingen kunnen grote effecten hebben zoals oogcontact maken en toewenden, positief formuleren van afspraken, voorbereiden of inspelen op alles wat anders is dan normaal, sensitief reageren, structuur bieden of de groep betrekken bij een contactinitiatief van een individueel kind. Tot nu toe vind ik de VIB een zinvol instrument waarmee je in weinig tijd veel kunt bereiken en waarin je heel actief betrokken wordt. Uiteindelijk ben je als pm’er zelf je belangrijkste instrument.
Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen
donderdag 27 januari 2011
dinsdag 9 november 2010
12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (4)
Deel 1: voorwaarden voor samenwerking
Principe 4
letten op de barriere tussen instelling en ouder, er rekening mee houden dat ouders al eerdere ervaringen gehad hebben die hen mogelijk tot voorzichtigheid of scepsis aanzetten
Een kinderdagverblijf/bso is een instelling. Veel mensen hebben slechte ervaringen met overheidsinstanties en andere instellingen. Ze moeten bijvoorbeeld lang wachten, worden als nummer behandeld of krijgen onbegrijpelijke informatie.
De uitnodiging tot samenwerking is pas geloofwaardig wanneer de toegang tot de instelling laagdrempelig is. Soms staan wachtlijsten, moeilijke bereikbaarheid en bureaucratie dit in de weg. Ook kan het gevoel van ongelijkheid een probleem vormen. Wanneer een ouder de leidster als meer deskundig ziet, zal de ouder zich misschien afhankelijk of juist defensief opstellen. Voor pm’ers is het belangrijk dat ze vertrouwen wekken bij de ouders zodat de ouders hun bekwaamheid waarderen. Zodra deze positieve ervaring is opgedaan, is er een basis gelegd voor samenwerking.
Voor de pm’er geldt dat zij rekening houdt met het gegeven dat ouders eerder misschien negatieve ervaringen hebben opgedaan met instellingen. De pm’er moet er respect voor hebben dat ouders zich in eerste instantie wat gereserveerd opstellen. Het is aan de pm’er om mogelijkheden de creëren waarin de ouders positieve ervaringen opdoen. Ook is het belangrijk dat ouders als individuen benaderd worden, niet als groep.
zondag 7 november 2010
12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (3)
Deel 1: voorwaarden voor samenwerking
Principe 3
de precieze taak van jouw instelling verduidelijken om een realistisch raamwerk voor samenwerking te ontwikkelen
Kinderopvang is een aanvulling op de opvoeding thuis. Kinderopvangcentra hebben verschillende concepten, randvoorwaarden en tradities. Zo ligt bij de ene instelling het zwaartepunt op vorming en bij de andere juist op verzorging. Er zijn instellingen die zich op een bepaalde leeftijdscategorie richten, op kinderen met bijzondere opvoedbehoeften of op kinderen uit een bepaalde regio. Een instelling kan uitsluitend op kinderopvang gericht zijn maar kan ook deel uitmaken van een andere instelling, zoals een openbare school. Uit de doelstelling van de organisatie kan de aard van de instelling worden afgeleid.
Vraag jezelf het volgende af:
- Wat moet jouw instelling bieden en aan welke wensen moet jouw instelling voldoen?
- Kun je de volledige doelstelling van de instelling afleiden uit de naam?
- Met welke argumenten werft jouw instelling klanten?
- Wat verwachten ouders van jouw instelling, waarvoor moeten zij betalen?
- Op wie zijn de activiteiten van de instelling gericht?
- Wat zijn de kwaliteitseisen waaraan door de instelling moet worden voldaan?
- Voor welke taken ben jij als pm’er opgeleid?
Belangrijk is dat ouders weten waarop ze kunnen rekenen wanneer ze hun kind naar de opvang brengen en dat ze het ermee eens zijn.
Stel je voor: een ouder is door arbeidsomstandigheden genoodzaakt het kind naar de opvang te brengen. Oudereducatie is een vast onderdeel van het aanbod van de instelling. Binnen dit concept zijn ouders dus een aparte doelgroep voor pedagogische beïnvloeding. Er zijn ouders die zich om deze reden bij deze specifieke instelling aanmelden. Maar zit bovengenoemde ouder op dit aanbod te wachten? Daar mag niet zomaar vanuit gegaan worden.
Stel je ook voor: een pm’er breidt op eigen initiatief haar takenpakket uit omdat ze onderkent dat ouders behoefte hebben aan informatie. Daarop kan heel verschillend gereageerd worden. Zijn de ouders verheugd omdat ze er zelf niet naar durfden te vragen? Zijn de ouders verbaasd of zelfs geërgerd omdat ze zich voor schut gezet voelen? Nemen ouders het aanbod aan omdat ze bang zijn dat afwijzen negatieve gevolgen kan hebben voor hun kind?
Partnerschap in samenwerking veronderstelt dat ouders en pm’ers elkaar accepteren zoals ze zijn. Oudereducatie veronderstelt dat ouders iets moeten leren, dat ouders iets moeten veranderen en de pm’er niet. Zo ontstaat een ongelijkwaardige verhouding en wordt samenwerking lastig.
Denk er dus over na hoe je een ouder neerzet. Als passieve ontvanger van diensten die zij volgens jou nodig hebben? Of als gelijkwaardige partner in opvoeding?
zaterdag 6 november 2010
12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (2)
Deel 1: voorwaarden voor samenwerking
Principe 2
nagaan of jouw belangen, de belangen van ouders en de belangen van de instelling bij elkaar passen
Het is niet vanzelfsprekend dat ouders en pm’ers dezelfde belangen hebben maar het is wel iets dat bereikt kan worden. Opvoeding is een gezamenlijk motief. Echter, de pm’er voedt op omdat het haar werk is, de ouder laat de opvoeding gedeeltelijk los om zelf te kunnen werken.
Vraag jezelf het volgende af:
- Wat zijn jouw belangen als pm’er?
- Werk je graag volgens jouw denkbeelden over opvoeding?
- Geniet je van de genegenheid van kinderen?
- Heb je als pm’er de erkenning van ouders nodig?
- Ken je de belangen van ouders?
- Hebben ouders zonder meer vertrouwen in jou als professionele kracht?
- Ken je de belangen van jouw organisatie?
- Wordt ouderparticipatie gestimuleerd en zo ja, hoe en waarom?
Ouders en pm’ers kunnen verschillende opvattingen over opvoeding hebben, terwijl zij hetzelfde belang hebben (zo goed mogelijke opvoeding van het kind). Dit kan discussie opleveren en daardoor kan een soepele samenwerking gevaar lopen.
Stel je voor: het gemeenschappelijke doel is het zo goed mogelijk opvoeden van het kind. Het belang van de pm’er kan zijn: het vergroten van de beroepsstatus en het veiligstellen van de arbeidsplaats. Het belang van de ouder kan zijn: eisen stellen aan het pedagogisch handelen van de pm’er. Over deze belangen kan niet onderhandeld worden. Ze zullen als gegeven geaccepteerd moeten worden. Ouders en pm’ers moeten zich concentreren op wat zij samen kunnen doen om hun gemeenschappelijke doel te bereiken.
vrijdag 5 november 2010
12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (1)
Tijdens mijn bezoek aan de Kindvakbeurs heb ik een boek over samenwerken met ouders meegenomen. Het wekte mijn interesse niet alleen omdat deze samenwerking een wezenlijk onderdeel van mijn dagelijkse werk vormt maar ook omdat het geschreven is door Annette Hautumm, één van de begeleiders van mijn studiereis naar Berlijn. In Berlijn staan ouders binnen de kinderopvang hoog in het vaandel. MIK wil graag gebruik maken van de expertise van buitenlandse kinderopvangorganisaties. De visie van MIK is ‘partner in opvoeding’. Pedagogische inspanningen hebben pas succes wanneer ze stroken met de ideeën van de ouders. Reden genoeg dus om dit onderwerp eens onder de loep te nemen.
Deel 1: voorwaarden voor samenwerking
Principe 1
verduidelijken wat samenwerking en partnerschap voor jou betekenen en waar je naar streeft
Vraag jezelf het volgende af:
- Wat wil je als leidster in jouw relatie met ouders bereiken?
- Wil je met ouders samenwerken en zo ja, aan welke taken?
- Hoe moet de taakverdeling georganiseerd worden?
- Wil je de partner van ouders worden en hoe zie je dit partnerschap concreet voor je?
Het doel is samenwerking tussen ouders en pm’ers. Om dit te bereiken moeten ouders en pm’ers een partnerschap aangaan. Dit wil concreet zeggen: eerlijk zijn tegenover elkaar, elkaar vertrouwen, bewust zijn van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De moeilijkheid hieraan is dat de voorwaarden ‘moreel geladen’ zijn. Geef je toe dat je wel eens oneerlijk bent? Geef je toe dat je ergens weinig vertrouwen in hebt? Beken je je eigen onvolkomenheden?
Samenwerking staat voor gezamenlijke inspanning. Samenwerking maakt doelgerichte afspraken en activiteiten mogelijk. Het opent nieuwe deuren maar biedt ook de mogelijkheid dat er wel eens iets mis kan gaan. Onthoud dat uit fouten net zoveel geleerd kan worden als uit gezamenlijk behaalde successen.
Kenmerken van goede samenwerking zijn:
- De doelen zijn door de ouders en de pm’ers samen opgesteld en bevestigd.
- De ontwikkeling van de samenwerking vereist tijd en energie van beide partijen.
- De samenwerking berust op gemeenschappelijke ervaring.
- De samenwerking heeft een helder kader.
- In de samenwerking wordt elk aandeel als gelijkwaardig erkend.
- De samenwerking is gebaseerd op gelijke rechten voor ouders en pm’ers.
Abonneren op:
Posts (Atom)
