Zondagmorgen begon niet meteen zoals die hoort te beginnen. Telefoon. Mijn vader, daarna mijn moeder aan de lijn, allebei lichtelijk in paniek. De blaassonde van mijn vader zit maar weer eens verstopt, wat hem hevige krampen en pijn oplevert. Hélpen kan je hem daar niet mee, het enige wat er dan opzit is zo snel mogelijk naar het ziekenhuis rijden en de sonde op de spoed laten vervangen. Bon, ik er dus meteen heen.
Aankomst bij de nieuwe spoedafdeling van het ziekenhuis. Wachtzaal oogt een pak moderner dan vroeger. Op het eerste gezicht niet te veel mensen. Moeder vertrekt met haar zoontje. Tand stukgevallen bij het spelen. Zonderling jong stel met rare haarkleuren en dito kapsels, tattoos all over (ook in hun gezicht) ,héél opzichtige kleding. Zie ik dat goed? Het meisje heeft op verschillende plekken in haar haren spelden in de vorm van skelethandjes die de boel op z'n plaats moeten houden. Ze lijken angstwekkend echt. Mijn vader kijkt er naar als kwamen deze mensen van Mars.
Verpleegster komt binnen met een hoop papieren. "Had u graag een kamer van twee, van vier of alleen gehad?" vraagt ze vriendelijk aan de jongen die in een rolstoel zit en voor zich uit staart. "Waarom?" vraagt hij. " U moet geopereerd worden he?" lacht ze vriendelijk. "Dan hebt u toch een kamer nodig?" " Dat denk ik niet," zegt hij en kijkt haar boos aan. "Meneer, ik heb u toch al uitgelegd dat u geopereerd moet worden, weet u dat niet meer?" vraagt de verpleegster bezorgd. " Ik weet van niks," zegt de jongen met een vreemd soort van koppigheid. Hij blijft staren. " En van wie is al die cola hier op tafel?" vraagt de verpleegster. " Van hém," antwoordt de vriendin. "Hij heeft net drie blikjes cola na elkaar uitgedronken..." "Drié cola's?Maar meneer moet geopereerd worden! NU! Dat weet u toch? Dan mag je niet drinken hé!" "Hij zal er niet van doodgaan," antwoordt de vriendin en beent plots weg. De verpleegster kijkt verbaasd op en rijdt de jongen dan maar weg. Ik kijk hen na. Misschien komen deze mensen van Mars after all... denk ik. De wachtzaal is verder leeg.
Mijn vader heeft het allemaal niet eens gezien of gehoord, hij heeft teveel pijn en lijkt de armleuning van zijn rolstoel tot moes te willen knijpen... een aanblik die nooit went.
We mogen vlug naar zo'n "spoedbox". Nummer tien. Vroeger waren er maar een zestal, denk ik. De apparatuur oogt futuristischer dan vroeger, alles is nieuw, helder wit. Drie brede dossierkasten met hangmandjes. Etiketten erop wat daar precies in moet. Ik heb ruim tijd om alles te bekijken en te lezen, want, zoals vaak op de afdeling "spoed", weet ik niet goed waar het woord "spoed" vandaan komt.
Vrolijk word je niet in zo'n box en er ligt een hoop spul waar ik geen weg mee zou weten; wat doe je met een "larynxmasker" , behalve naar het carnaval? Wat zit er in mayotubes? Voor wie gebruiken ze "isolatie-zelfbeschermingsmateriaal"? Wat is in godsnaam een "collar 'n cuff"? Klinkt kinky. Iemand een "endotracheale tube" vandoen? Een hippe "thoraxdrainageset"?
Rillingen bij het mandje "Lijktooi set".
(Kijk en om zo'n dingen te noteren heb ik toch altijd weer een notaboekje bij... )
En zoals zo vaak herhaalt zich ook telkens hetzelfde scenario. Bij de aanmelding aan het loketje heb ik gezegd dat de suprapubische sonde van mijn vader verstopt zit en hij daardoor hévige pijn lijdt. Dat wordt genoteerd. Tien minuten wachtkamer, dan naar het " hokje". Met een verpleegster. Die vraagt wat er aan de hand is.
" De sonde van mijn vader zit verstopt. Een suprapubische is dat... nummer 2O, meestal hebben ze die hier niet en moet die nog gehaald worden bij urologie," zeg ik. "Kan u dat misschien alvast even checken?"
"Ha, dat staat hier niet op," zegt de verpleegster en kribbelt wat op het aanmeldingsformulier. " We zullen eens kijken hé.." Papa op het bed uitgestrekt. Half ontkleed. "Ik stuur direct de dokter even," zegt de verpleegster dan steevast en verdwijnt.
Ik kijk door het kleine raampje in de deur. Vier verplegers op rij achter een computer. Even verder op de gang de dokter, die ik al een heel aantal keren zag, ook achter zijn computer. Mijn vader rukt aan de afsluiting van het bed zoals ik dat alleen in concertfragmenten mensen zag doen die stevig aan het headbangen waren. Om je maar een idee te geven hoéveel pijn hij wel heeft.
Ik steek mijn hoofd dus even buiten. "Kan er iemand misschien even komen kijken?"
"Wat is eigenlijk het probleem?" vraagt een verpleger.
"De sonde van mijn vader zit verstopt, hij heeft érg veel pijn," zeg ik, een beetje verbeten.
"Ja, we komen zo..." zegt de verpleger.
Niemand verpinkt.
Men tikt verder computerrapporten.
Dat lijkt hoogdringend te zijn.
Ik weer naar binnen.
"Nog even geduld, papa..." Mijn vader kan niet meer blijven liggen. Hij wil rechtop staan. Maar is wankel door de pijn én door zijn verlamming. Dus ga ik naast hem staan en hij leunt tegen mij aan. Helemaal bibberend op zijn benen. "Gij hebt nogal een vader hé, ..." zegt hij mistroostig. "Een supervader heb ik. Altijd geweest, zal altijd zo zijn," antwoord ik. Hij staat daar nu met tranen in zijn ogen, ik met een krop in mijn keel. Toch maar weer gaan zitten. Niét op het bed... in de rolstoel wil hij.
Ik kijk weer eens de gang op. Een verpleegster tikt noest verder aan haar rapport. Drie verplegers kletsen met de dokter die nonchalant tegen de balie hangt.
Het gaat even beter met mijn pa, de krampen houden wat op, maar anders word je toch woest van dit gedoe?
En ik kén ook al het vervolg.
Komt de verpleger binnen. " We zullen dat hier eens rap oplossen hé!"
Mijn vader zucht tevreden. Eindelijk.
"Ho, maar dat is een suprapubische sonde.. ola pola.. dat wist ik niet hé!"
"Ja, een suprapubische... nummer 2O. Doorgaans hiér niet voorradig.... die moet altijd speciaal op de afdeling urologie gehaald worden," schetter ik.
"Wij hebben hier alles in voorraad, hoor..." zegt de verpleger met een arrogant hoofdje. " Maar dan moet wel eerst éven de dokter komen!"
Die komt 1O (tien!) minuten later. Ik heb het in het oog gehouden; die was helemaal nérgens anders intussen, dan kletsend aan de balie.
"Wat is er hier aan de hand?" vraagt hij.
"De blaassonde van mijn vader zit verstopt, menéér, " zeg ik.
"Weet je zeker dat dat het probleem is?" vraagt hij.
"We hebben dat ongeveer voor de vijftigste keer of zo voor, denk ik... dus ja... met een aan waarschijnlijk grenzende zekerheid, meen ik te mogen concluderen dat de sonde inderdaad verstopt zit," zeg ik, eigenlijk nog vriendelijker dan nodig. Voel mijn hoofd vol cynisme lopen. Straks loopt het er via mijn mond, ogen en neus vloeibaar uit. Kunnen ze dweilen op de spoed.
"Ik zal iemand sturen hoor, " zegt hij.
"Dank u." Beetje afgemeten.
Een andere verpleger komt fluitend binnen. Bekijkt de sonde en loopt naar de mandjes. Rommelt. Uiteraard weet ik wat nu komt. Hij haalt een gigantische spuit boven, vult die met water en zegt: " We zullen eerst eens kijken of we ze niet kunnen schoonspoelen." "Met alle respect meneer," zeg ik " ik kom hier nu al dik tien jaar héél geregeld met mijn vader, tiéntallen keren... dat schoonspoelen heeft nog nooit wat opgeleverd... hij heeft daardoor alleen nog langer pijn."
"Het is helemaal niet zo dat ik het beter wil weten," zegt hij zwaar gepikeerd "maar dat invasieve gedoe van, we steken er maar meteen een andere sonde in, ik bén daar niet voor."
"Ik bedoelde niet dat ik het béter weet, ik weet dat u procedures moet volgen, maar het gaat niet helpen, straks merkt u dat er hier geen nummer twintig van sonde ligt en moet hij weer wachten..." zeg ik, akelig beleefd.
"Ik doe mijn werk, en die sonde mévroùw, ligt DAAR in de kast klaar," wijst hij en kijkt een andere kant op. "Mevrouw!,"... met een héél raar accentje was dat hoor, daar vergis ik me niet in.
Ik vertel even kort wat volgt.
Natuurlijk helpt dat spoelen voor geen meter; geen druppel water krijgen ze door de verstopte sonde heengejaagd. Mijn vader jankt alleen wat langer.
Natuurlijk is sonde zestien de grootste maat die ze hier hebben.
Natuurlijk moet er iemand naar de afdeling urologie om een nummer 2O te gaan halen.
Natuurlijk duurt het, duurt het, duurt het.
Natuurlijk lijdt mijn vader onnodig lang pijn.
Vervangen van die sonde duurt ongeveer anderhalve minuut.
Toch zaten wij een uur en vijfenveertig minuten in dat "hok".
En kregen dan nog tegenstrijdige richtlijnen over wanneer we mochten "beschikken".
Ik vind dat niet normaal, maar heb de mensen niettemin beleefd bedankt voor de geboden hulp.
Want mijn vader was content dat hij zonder pijn weer terug mee naar huis mocht.
Een verstopte sonde is niet levensbedreigend, maar geen rapport of voor mijn part Sinterklaasbrief die moet getypt worden kan zo belangrijk zijn dat ze niet even snel die "anderhalve minuut" konden vinden.
Me dunkt.
In de namiddag smijt ik mijn cynisme over de haag.
Frederik en ik rijden naar Lier.
Wandelingetje in de zon.
Teveel fijne stofdeeltjes in de lucht. Horen we in het nieuws.
Maar toch lijkt het feest.
En voel ik me supergelukkig.
De ingang van het begijnhof. Ik merk dat we maar weer eens een begijnhof bezoeken. Heb misschien meer van mijn vader dan ik wil toegeven, met zijn voortdurende abdijbezoeken indertijd :-)
"Die begijntjes hadden de straatjes wel wat minder hobbelig mogen leggen hé?" zegt een moeder tegen haar dochtertje.
"Hoe bedoel je?" vraagt het kind dat kennelijk weet dat begijnen geen stratenmakers waren.
"Verstandige vraag," denk ik bij mezelf en loop verder.
Prachtig licht vandaag.
Somtijds doet het mij leed en pijn dat wij niet langer op ene zulkse aard en wijze met malkander converseren... :-)
Winterwarme bank.
Niet breder dan een "hemdsmouwken".
Het is nog géén winter.
Kijk, daar loopt mijn lief.
Vreemd op een katholiek hof. Woonden hier de stoute begijnen? En wat stel ik me daar concreet bij voor?
Overal in de stad "breigoed"... Wie had ooit kunnen vermoeden dat "breien" het graffiti-spuiten van de jaren '1O zou worden? :-)
En dol spelende kinderen. Ik kijk daar graag naar.
Beeldje van de Zimmertoren lijkt bij dit licht uit chocolade te bestaan.
En hier het échte exemplaar.
Terrassen, drukte, gezelligheid in Lier. Lang geleden dat ik hier nog eens was. Een hoop herinneringen.
Late kermis.
Stadhuis van Lier.
Marktplein ligt helemaal opengebroken en wordt heraangelegd.
Ik wist niks van de mammoet van Lier...
Sint Gummaruskerk.
De Deense poort.
Bij het Sint Gummaruscollege heeft Bavo of het lief van Bavo de bordvegers uitgeklopt...
Imaginair gesprek tussen twee Lierenaars.
"Hoe is het met uw bomma tegenwoordig?"
"Die is in ' t paradijs nu..."
"Ow sorry, dat wist ik niet... innige deelneming hé. Is ze al lang geleden overleden?"
"Ze leeft nog hoor! Ze woont daar op de derde verdieping, in die blokken..."
Kijk, zo krijg je dus misverstanden met de mensen.
"Uitstapzone" vind ik ook al zo'n beetje gewaagd bij een bejaardentehuis.
Ik hou mijn hart vast als dezelfde club ook een naam moest bedenken voor het cafetaria binnen; " Het laatste avondmaal"? Er schiet me nog een hoop te binnen, maar laat ik het maar voor mijn eigen hoofd houden...
Aflevering Varg Veum bekeken 's avonds met mijn lief. Snoeihard verhaal. Schijnt typisch te zijn voor die Noren. Hou ik wel van, maar volgende keer misschien toch iets vrolijkers met het lief...
:-)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten