Het is mij nog niet duidelijk wat Klara's plannen zijn en wat ze doet op de Bolivarplaats. Er lopen geen suggesties of gissingen binnen, dus ik neem aan dat jullie je er ook bij neergelegd hebben dat we haar haar gang maar laten gaan. Je kan het lot niet veranderen en dat zou ook niet goed zijn. Misschien. Of toch net wél?
Moeten we haar iets communiceren, of laten we gewoon de boel, de boel? Ingrijpen?
Ach nee, we laten gewoon de film verder afspelen, afgesproken?
Wat had ze nog gezien en gedacht in die grote zaal waar één na één koppels werden afgeroepen om in een aanpalend bureautje hun handtekening te zetten? Serge had het haar gevraagd en ze had hem zachtjes en aarzelend uitgelegd wat er door haar hoofd was gegaan. Zovéél en zoveel details... Hij rookte ondertussen een sigaret. "Dit is ze hélemaal, als ze dit vertelt..." had ze hem zien denken. Ze herinnerde zich zijn blik als was het gisteren.
Klara tuurde weer eens naar de overkant. In de rechterbovenhoek van het gigantische complex, dààr lag die zaal. Ze had er sindsdien elke keer met afschuw naar gekeken als ze hier voorbijreed. Het rook er die bewuste dag nog naar nieuw, herinnert ze zich. Alles geurde naar nieuw, naar hout, naar bossen. Heel vreemd.
Er waren een vijftigtal koppels in de zaal. Alsof er een concert, of een lezing zou beginnen... Naast haar was een stoeltje leeg, en daarnaast zat een Marokkaans ogend stel. Klara had hen tersluiks bekeken en geoordeeld dat ze er nog te jong uitzagen om te trouwen, laat staan om te scheiden. Ze zeiden geen woord, maar zaten wel naast elkaar.
Daarmee in schril contrast; een koppel vooraan dat eerder flirtte met de tachtig dan met de zeventig. De man liep onzeker en met een stok. De vrouw, wat te zwaar opgemaakt voor haar leeftijd, vitterig achter hem aan. Misschien werd er in het bejaardentehuis waar ze verbleven ook geflirt en was dit daar het resultaat van? Klara had het graag geweten. Zo nieuwsgierig was ze wel.
Klara had ook een man zien opveren toen hij zijn naam hoorde die luidkeels " Ja, hiér!" riep en een dansje maakte alsof hij de loterij had gewonnen. Met stijgende verbazing had Klara hem aangekeken. De echtgenote had zich duidelijk geërgerd naar hem omgedraaid en hem een duw in de goeie richting gegeven. Zij vond kennelijk niet dat er wat te winnen was. Terwijl Klara net had gedacht: "Ja, begin een niéuw leven, zonder die clown!"
Ze had een man van zowat zestig in de zaal zien zitten met een poedelblonde, kortgerokte vrouw in zijn arm. Aan de andere kant van de zaal zat zijn soon-to-be-ex-wife, een dame met ogenschijnlijk méér klasse, maar met een wat afgeleefde blik in haar ogen. Beetje kromgebogen ook. Klara dacht dat het misschien wel de twintigste verovering van de kalende zestiger kon zijn en dat nu voor zijn vrouw de maat eindelijk vol was...
Je nieuwe lief meebrengen naar de rechtbank .. hoé smakeloos kon je het verzinnen?
Er waren koppels die elkaar bij de begroeting spontaan innig in de armen vlogen, alsof ze elkaar héél lang niet gezien hadden en blij waren dat dit weerzien er éindelijk toch kwam. Ze kletsten onophoudelijk tot ze aan de beurt kwamen. Klara keek zich de ogen uit haar hoofd. Wat bezielde àl deze mensen om uit elkaar te gaan? Het waren er zovéél?
De biologe in haar keek er naar, zoals ze zo vaak al dieren bestudeerd had. Oplettend, nauw kijkend naar elke beweging, naar elke veranderende gelaatsuitdrukking. "Ik let er niet zo bewust op.... " had ze tegen Serge gezegd, en inderdaad, dat was een leugen geweest. Het was eerlijk geweest indien ze gezegd had, "het is gewoon beroepsmisvorming."
Klara's liefde voor dieren was ontstaan toen ze met haar ouders in Afrika woonde. Ze was daar geboren en had er samen met haar twee jongere zusjes gewoond, tot ze naar België verhuisden. " De meisjes moeten thùis kunnen studeren, " had haar vader indertijd geoordeeld. Zo ging dat en hij duldde geen tegenspraak. En studeren had ze gedaan. Biologie. Haar favorieten waren de stokstaartjes; die had ze vaak bestudeerd, er eindeloze rapporten over geschreven en ze was hen haast menselijk gaan vinden. Als ze hier zo rondkeek en zag wat er gebeurde, waren die diertjes ménselijker dan sommige exemplaren die hier zaten. Néé, niet allemaal, uiterààrd niet ...
Haar twee jongere zussen hadden ook netjes hun studie voltooid, zoals hun ouders dat van hen verwachtten, maar ze hadden nooit kunnen wennen aan de zware grijze wolken en het kille weer "thuis". Allebei waren ze na hun studies geëmigreerd naar warmere oorden.
Zij niet. Zij had tijdens haar studie in Gent Serge ontmoet en kon zich geen warmer oord voorstellen dan zijn kot. To hell with Africa.
En toch zat ze nu hier...
En twaalf jaar later op het terras op de Bolivarplaats.
Klara had een vrouw met drie broers gezien, terwijl de echtgenoot aan de totaal andere kant van de zaal had plaatsgenomen. Zowel bij het binnenkomen, als bij het buitengaan gunden de beide echtelieden elkaar geen halve blik. De drie broers stonden als één man op toen de vrouw weer buiten kwam en liepen als bodyguards met haar de trappen mee naar beneden. Klara had het onvervalste maffiastijl gevonden en verbaasde zich over de haast identieke trekken en manier van lopen van het viertal. Zelfs de vrouw liep als een vent...
Ze had zich afgevraagd hoe de optelsom er zou uitzien zien aan "gelukkige" en "ongelukkige" dagen in deze zaal. Ooit hadden àl deze mensen oprecht geloofd dat ze nooit van iemand anders zouden houden dan van die ene waar ze nu vanaf wilden. Ze had naar Serge gekeken en geweten, néé, dat wil ik eigenlijk helemaal niet, maar ik kàn niet meer. En ook HIJ had gezegd, net toen hùn naam werd afgeroepen: " Ik begrijp nog steeds niet wat WIJ hier komen doen?!"
"Wil u tekenen?" vroeg de man in toga haar. Hij had zijn brillenglazen mogen poetsen en er zat flink wat roos op zijn zwarte schouders.
"Nee, eigenlijk niet," had ze geantwoord, "maar het zal wel moeten, zeker?"
"Dat volstaat niet als antwoord, mevrouw," zei de toga droog en met dode vissenogen. "Staat u onder dwang? U moet te kennen geven dat u dit écht wil." Hij had als een automaat geklonken, niet als een mens. De vrouw naast hem had gezwegen, maar had haar aandachtig opgenomen. Zij had géén dode vissenogen maar een verwachtingsvolle, héldere blik.
Klara had haar hand uitgestoken en hem de pen uit handen genomen. Ze schreef haar naam. "Klara Vandenbussche". Dat was zij. Zo heette ze.
Serge had eens zwaar gezucht en ook zijn naam verscheen op het papier.
Ze vond het het meest verschrikkelijke dat ze in haar leven gedaan had, ook op dàt moment. Maar ze vond dat het moest en leefde op hoop.
(wordt vervolgd)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten