maandag 7 februari 2011

"Klara", een feuilleton (3), 6 februari

Deel 3. 
Word je stilaan wat ongeduldig om te weten wat er hier gebeurt? Wat er aan de hand is? Of ze nu op iemand wacht? Klara anders zelf niét, hoor. Die neemt haar tijd. Ze is niet gehaast. Ze wil kalm wat dingen van vroeger overdenken, veronderstel ik. En zij bepaalt het tempo. 
Het spijt me,  je zal dus nog even geduldig moeten zijn en rustig verder lezen. Als je dat wil tenminste. En anders scroll je voort. Er zijn immers nog duizenden andere verhalen. Toch? 

Klara nipte van haar Cola en haar gedachten schakelden vanzelf weer terug naar twaalf jaar geleden. 
Lachen had ze in die grote zaal niét gekund toen hij als laatste en écht bijna te laat was komen binnenstappen. Haar zenuwen stonden toen gespannen als de elastiek van een bungeekoord met een nét te zware man eraan. Zelfs nù en hiér te laat komen? Hoe presteerde hij het? Ze had daar met een droge mond in de rechtbank gezeten, klaar om te zeggen: "Mijn man is er niet." Ze zei die zin vaak. Maar wennen deed het nooit. 

Later, op het terras had  ze hem echter toegelachen , vol liefde eigenlijk, want ze wist: "te laat komen", het kon maar één ding betekenen. Hij had het druk gehad in zijn praktijk en was pas op de àllerlaatste seconde kunnen vertrekken. Het was eigenlijk symbolisch, want precies dààrom hadden  ze ook in die zaal gezeten. Om geen àndere reden. En dat wist ook hij, uiteindelijk wél.

"Te laat, wachten, nooit tijd..." Serge was arts en op zijn werklust, ijver en ambitie stond geen maat. Ook niet op zijn liefde voor haar; dat wist ze, maar ze had het liever wat vaker gevoeld door zijn concrete aanwezigheid dan door een telefoontje of smsje dat hij weliswaar honderd keer liever bij hààr was geweest, maar dat het nu eenmaal niet kon. Vergaderingen, extra patiënten, noodgevallen, overuren, extra shiften. Er waren ook buitenlandse congressen en seminaries...." Het scala van redenen kende ze. Voor een pààr dagen maar, schatje" zei hij dan en vertrok met zijn bruine koffer. Nooit vertrokken zonder kus, nooit vertrokken met ruzie. Maar wel "weg".

Klara vroeg zich soms af of haar man op zijn ééntje het hele ziekenhuis moest runnen. "Kan je dan eens niet eens iets overlaten aan die assistenten van je?" vroeg ze met de regelmaat van de klok en op de duur erg dwingend, vond ze zelf. "Als  ik het zélf doe, is het béter," antwoordde hij steevast daarop. Ze wist dat dit geen vorm van arrogantie was; niemand van zijn collega's sprak dat tegen. Het was gewoon de simpele waarheid. Maar in hun relatie was met de waarheid van zijn "genialiteit" moeilijk te leven. En met de bijbehorende eenzaamheid ook. Klara kon het na 18 jaar niet meer. Ze was leeg, uitgeblust en totaal ongelukkig toen ze hem zei dat ze het niet meer kon en wilde scheiden. 

Dat sloeg in als een bom. Zijn grote liefde kon toch niet ophouden met van hem te houden? Maar dat kon ze wel. Omdat er niks meer te kunnen viel. Ze kon zichzelf nauwelijks zélf overeind houden, laat staan van hem houden. 62 kilo verdriet, moedeloosheid en wanhoop was ze toen geweest. En toch nog een een halve kilo hoop. Enfin, zoiets. En veel slapeloze nachten waren er, dat ook.

De naïeve hoop dat het ooit eens zou veranderen. Honderden keren was het haar beloofd . Haar vriendinnen geloofden er al jaren geen steek meer van. Van minstens drie had ze al moeten horen: " Ben je er écht wel zeker van dat hij niet ergens een vriendinnetje heeft? Komaan, Klara, in welk ziekenhuis moet je 24 uur na elkaar op post blijven? Ben je niet blind voor de realiteit?" Ze snoerde hen altijd onmiddellijk de mond. En voelde zich beledigd. Vond het erg dat zij hem niet vertrouwden. Hààr Serge hield enkel van hààr en daar twijfelde ze geen seconde aan. Er wàren geen wilde nachten met minnaressen, gestolen passionele momenten met verpleegsters of andere vrouwen. Daar stak ze haar hand voor in het vuur. En wie dat niet geloofde,... nu, die moest het zélf maar weten. 

Moeilijker had ze het met de commentaren van vrienden en vriendinnen die telkens maar herhaalden: "Maar dàt zou bij mij niet waar zijn , hoor!" "Ik zou nogal eens op tafel slaan... het zou gauw veranderen!" Ze wilde mensen die haar dat zeiden niet kwetsen, maar vond het erg domme opmerkingen. Alsof je iemand die workaholic is en dat zelf niet inziet, überhaupt kàn veranderen en tot rede brengen. Na 18 jaar had ze ongeveer wel àlles geprobeerd en gezegd. Maar verloren. Alles verloren. Geloof, hoop én haar liefde. Dacht ze. Voor zover ze dat nog helder kon. 

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten