maandag 14 februari 2011

"Klara", een feuilleton (7), 11 februari

Kijken. Ze luisterde naar haar eigen stappen, dof op de houten vloeren. Het rook nergens nog naar nieuw. Het rook nergens naar boenwas.
En er was na twaalf jaar geen ene atoom van Serge meer terug te vinden in dit hele gebouw. Nérgens nog was iets van Serge terug te vinden. De afscheidsdienst had in Seattle plaatsgevonden, zijn lichaam was gecremeerd en vervolgens uitgestrooid. De wanhoop die ze gevoeld had toen ze het telefoontje kreeg...
Natuurlijk had ze daar ergens in een klein achterkamertje in haar hoofd rekening mee gehouden, al die jaren. Maar niet in haar hart. Dat zei élke dag: "Je zàl hem terugzien, het komt ooit goed."
Ze praatte daar met niemand over en de weinige mensen die haar kenden, wisten vaak niet eens dat ze ooit getrouwd was geweest. Klara was, dat kon iedereen beamen, eerder een "gesloten" iemand.

Vergaderen. De mannen spraken Turks, hoorde Klara.
Het Bolivarplein lag er verlaten bij, zag ze van hieruit. Maar op de verre terrasjes bleven mensen vrolijk en opgewonden met elkaar praten. 
Klara vond het mooie en warme kleuren.
Ze las en bekeek het beeld. "Vastberaden strijd"...."de dynamische stap erop en erover..."


De blik deed haar wel iets.



Een man op een passerpunt, dacht ze en liep verder.
Verbazend in hoeveel ruimtes je zonder meer binnen kon komen. Maar een paar deuren waren afgesloten. Nu ja, er was camerabewaking had ze bij de ingang gezien, dus je zou ook niet zomaar ongestoord met een computer onder je arm naar buiten wandelen, zeker?
Enfin, dat was Klara sowieso al niet van plan.
Buitenterras. Nog eentje. Er waren er veel hier. Ze had ook daar telkens aan de deur gemorreld. Die waren overal gesloten geweest. Klara vroeg zich af wat het nut van deze riante terrassen was. Ze kon zich nauwelijks voorstellen dat ze bedoeld waren voor feestjes.

Maar deze deur was open.
"De dynamische stap erop en erover..." Klara dacht niet lang na. Ze kon de afgelopen dagen aan niks anders meer denken. Wachten had nu toch geen zin meer. Ze zou Serge nooit meer zien. Ze geloofde niet in een hiernamaals en evenmin in reïncarnatie. En de afgelopen 12 jaren had ze in niks meer kunnen geloven.

Vijf dagen was ze bezig geweest met nadenken, haar zaken op orde brengen. Er waren geen afscheidsbrieven te schrijven, ze was niemand uitleg verschuldigd. Ze was rustig, maar vastbesloten.

Klara legde haar camera af en sprong. 25 meter de diepte in. Ze zag die anderhalve seconde haar leven niet als  een film aan zich voorbijgaan, zoals je dat zo vaak in boeken leest. Ze voelde alleen héél even angst, maar géén twijfel.

Haar lichaam kwam met een bons op een binnenplein terecht en plooide zich in een onnatuurlijke kromming. Ze voelde niks meer. Klara was dood. Een Rode Zee van bloed om haar hoofd. Een Dode Zee van bloed.

In Seattle gooide Moira in de ochtendzon 12 dikke, handgeschreven boeken bij het oud papier. Wat hàd ze per slot van rekening aan honderden en honderden bladzijden gemekker van die vrouw, dacht ze nijdig en stak een sigaret op. Een vrachtwagen reed voor en haalde het papier op.


In de Gijzelaarsstraat in Antwerpen, vlakbij het gerechtsgebouw, stond een Volkswagen Golf geparkeerd. Onder de ruitenwisser wapperde een boete. 
Die zou niet betaald worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten