zondag 6 februari 2011

"Klara", een feuilleton (2), 5 februari

Deel 2.
Het kan nu nog alle kanten uit. Tenminste , dat zou je op het eerste gezicht denken. Maar Klara heeft zo haar eigen agenda en laat zich niet sturen, heb ik de afgelopen dagen gemerkt. Ze vecht zich een eigen weg uit mijn hoofd en mijn handen. Koppige, eigenzinnige meid. Verdraaid, ja! Ik zou haar graag andere dingen laten denken, andere dingen laten meemaken, andere dingen laten doen. Maar ik heb geen verweer. Ze breekt uit en doet haar eigen ding.

Aan het laatste tafeltje, en het verst van haar verwijderd, zat een koppel van een jaar of veertig. Ze genoten van de eerste lentezon en leken een serene rust en tevredenheid uit te stralen. En een soort van breekbaar "geluk".  Ze praatten met elkaar, glimlachten en raakten elkaar af en toe aan, maar dat leek steeds toevallig te zijn. Klara wist dat schijn kon bedriegen. Zeker op dit terras. Ze geloofde verder weliswaar heilig in het toeval, en in de totale willekeur van zowat àlles, maar aan toevàllige aanrakingen hechtte ze geen geloof. Als je samen met iemand aan tafel zit en die minimale vorm van intimiteit niet écht wil, dan zorg je er wel voor dat "toevallige" aanrakingen de facto onmogelijk worden, wist zij.

Ze had twaalf jaar geleden ook op dit terras gezeten. Dat herinnerde ze zich nog precies. Het was leeg toen Serge en zij er aankwamen, maar binnen de tijdspanne van een dik half uur kwamen er vier andere koppels bij zitten. Elk aan een apart tafeltje, elk minzaam met elkaar pratend. Een toevallige voorbijganger zou het als " gezellig" omschreven hebben. Maar schijn bedriegt en Klara kon er toen niet bij hoe surrealistisch dit allemaal wel was.  Ze had toen ontsteld rondgekeken en hen allemaal apart willen vragen en toeschreeuwen; "Wààrom??" Maar ze had beseft dat het haar zaken niet waren. Dus vroeg ze niks en keek alleen maar.
Tegelijk had ze gedacht:"Misschien zijn dit degenen die nog een kans maken, die het nog rédden..." en ze prees zich op een eigenaardige manier gelukkig dat ze dus ook hier zat. Nu ja... "gelukkig"..., àlles is uiteraard relatief als je net de rechtbank bent komen uitlopen en bij een duffe man in toga je echtscheidingspapieren hebt ondertekend. Een éérste keer.

Ook de andere vier koppels hadden dat gedaan. Klara had ze allemaal in de grote zaal zien zitten tot ze werden opgeroepen voor het grote definitieve "neen". "Ik verbaas me er maar weer eens over dat jij die mensen herkent, "had Serge haar gezegd. " Dat je daar, zeker op een dag van vandaag mee bezig bent... ? Ik heb geen één van die gezichten daar gezien. Ik heb daar op niémand gelet." Hij had ongelovig zijn hoofd geschud. "Ik heb er niet bewust op gelet, maar ze zaten er... alle vier," had ze verontschuldigend gemompeld, "Je weet het toch... ik zié zo'n dingen zonder dat ik daar écht mee bezig ben."Dat was een halve leugen.

Wat ze dan nog allemaal gezien had, had hij gevraagd. Dat hij bijna te laat was gekomen, had ze gezegd en ze had er bij gelachen.  Lief. En hij lachte ook. Zo surrealistisch was het geweest. En dat ze elkaars hand hadden vastgehouden toen ze hier zaten. Ze herinnerde zich na al die jaren hoe vàst die handdruk was geweest . 

Het was inmiddels kwart voor vier en Klara bestelde nog een Cola. Wachtte ze op iemand?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten